Roadtrip Namibië – Deel 2

Van onverwachte luxe tot de surrealistische duinen van Sossusvlei


Leren loslaten: waarom plannen hier anders werken

Na de intense dagen in Etosha en Olifantsrus merkten we al snel dat plannen in Namibië relatief is. Afstanden zijn groot, wegen onvoorspelbaar en soms voelt een plek gewoon goed en blijf je. Dat gebeurde bij Palmwag. Wat eigenlijk een (onverwachtse) tussenstop zou zijn, werd spontaan een overnachting. Palmwag voelde bijna als een oase. Na dagen stof, hitte en basic campsites zaten we ineens met een koud biertje, een goede maaltijd (lees: ordinaire hamburger met friet) en uitzicht op… olifanten. Mijn dag kon niet meer stuk!

Tip: laat ruimte in je planning. Juist de spontane stops maken deze reis bijzonder.

Eindeloze wegen en landschappen

De ritten zelf werden steeds meer onderdeel van de ervaring. Bergen die eindeloos doorlopen, wegen waar je niemand tegenkomt en een stilte die je bijna kunt horen. Maar die leegte is ook iets om rekening mee te houden:

  • Afstanden duren langer dan je denkt
  • Tankstations zijn schaars
  • En je bent echt op jezelf aangewezen

Dat besef kwam bij ons een paar dagen later pas écht binnen.

Brandberg & Uis: schoonheid met een randje

Onze volgende stop was Brandberg, de hoogste berg van Namibië. We verbleven in Uis, een mijnstadje dat vooral dient als uitvalsbasis. Hier veranderde de sfeer. Waar eerdere plekken rustig en open voelden, merkte ik hier voor het eerst dat ik alerter werd. Moeilijk uit te leggen, maar je voelt het gewoon. 

Onderweg kregen we ook nog een ster in de voorruit… even tot 10 tellen, balen en elkaar vervolgens aankijken met het vertrouwen dat ook dit wel goed komt. 

De volgende ochtend gingen we met een gids op pad richting de rotstekeningen. Twee uur wandelen door een droge kloof, terwijl hij vertelde over de geschiedenis (lees: 5000 jaar oude rotstekeningen) en de natuur. Dit soort momenten brengen je weer even terug in het moment en uit de auto, uit de snelheid, en echt aanwezig in de omgeving. 

Swakopmund: een compleet andere wereld

Na dagen hitte en stof reden we richting Swakopmund. En dat voelde… bijna als Nederland.

  • Mist in de verte
  • Een koel briesje
  • Temperaturen rond de 17 graden

Bizar hoe snel een landschap (en gevoel) kan veranderen. Swakopmund is duidelijk anders dan de rest van Namibië, met veel Duitse invloeden (koloniaal verleden) en een meer stedelijke vibe. Hier deden we even iets anders dan rijden en wildlife spotten. We slenterden door de stad, gingen uiteten, dronken cocktails en probeerden lokaal eten (inclusief rupsen). We verbleven hier in een appartement (lees: luxe) en maakten ook nog een indrukwekkende fietstour door de townships. 

De eerste confrontatie met armoede

Rondom Swakopmund kwam ook een andere kant van Namibië binnen. Langs de wegen zagen we armoede die moeilijk te negeren is. Mensen die om water vragen, kleine kraampjes langs stoffige wegen. Het contrast met onze reis voelde soms ongemakkelijk. We besloten om waar mogelijk eten en water uit te delen. Klein gebaar, maar het voelde beter dan niets doen.

Wat me hier vooral bijbleef, was het contrast. Terwijl je als toerist een leuke tour doet, zie je ook hoe mensen hier echt leven.

Onderweg naar Sesriem: wanneer je tank (toch) ineens belangrijk wordt

Onderweg maakten we nog een stop bij een indrukwekkende rotsformatie. Even de auto uit, even uitkijken over de leegte. En terwijl ik daar stond dacht ik: hoe kan iets zo mooi zijn en tegelijk zo… verlaten?

De rit van Swakopmund richting Sesriem leek op papier prima te doen. Volle tank, goede moed, geen stress. Totdat we gingen rekenen. En nog een keer. En nog een keer. De kilometers tikten weg, maar er kwam geen tankstation. Geen dorp. Eigenlijk… helemaal niets. De benzinemeter zakte sneller dan we hadden ingeschat en tankstations bleven uit. Wat begon als een lichte twijfel, werd langzaam spanning. Zeker toen de reservemeter aanging. 

Tip! (die wij dus nét te laat echt voelden): Neem afstanden en benzine in Namibië altijd serieuzer dan je denkt.

Geen bereik. Geen verkeer. Alleen wij en de weg. Tot we een lodge-bord zagen. Ik weet nog dat dat voelde als een mini-overwinning. De lodge kon ons niet helpen, maar verwees ons door naar een campsite iets verderop. “Daar stranden vaker reizigers,” werd er gezegd. Niet per se geruststellend, maar goed. Met samengeknepen billen reden we verder. En ja, we haalden het. De man op de campsite kwam wat nors over, maar hielp ons wel aan benzine. 

We besloten te blijven. En die avond… Een sterrenhemel zoals ik nog nooit had gezien. Geen licht, geen geluid. Alleen wij en duizenden sterren. En eerlijk, ik vond het ook best spannend zo in de middle of nowhere.

 

Solitaire: de beloning na spanning

Na alle spanning reden we de volgende dag naar Solitaire, een plek die bijna elke reiziger kent. Waarom?.. De appeltaart. Na alle spanning voelde dat bijna als een luxe ontbijt. Jens ging er volledig voor, ik hield het bij een cinnamon roll (die eerlijk gezegd iets minder indrukwekkend was).

Onderweg maakten we een stop in het Naukluft National Park. Na een korte hike kwamen we uit bij natuurlijke waterpoelen. En dat was bijzonder, want in grote delen van Namibië heeft het al jaren niet geregend. Het idee dat je daar dan ineens water ziet — en er zelfs in kunt zwemmen — maakt het bijna surrealistisch.

In het volgende deel

  • Sossusvlei & Deadvlei (misschien wel het mooiste van Namibië)
  • En waarom deze plek bijna buitenaards voelt
  • De lange rit naar het zuiden
  • Een ontmoeting die nog lang blijft hangen
  • Fish River Canyon (groter dan je je kunt voorstellen)
  • En slapen op misschien wel de mooiste campsite van de reis

Plaats een reactie